Oplossingsgerichte therapie


Uitgangspunten
In de meeste therapiëen wordt veel tijd en energie gestoken in het nauwkeurig in kaart brengen van iemands problemen en het zoeken naar oorzaken in het verleden van de cliënt, in zijn huidige leefomstandigheden of in zijn eigenschappen, neigingen en gewoontes. Al naargelang het theoretisch kader van de therapeut wordt vervolgens een therapieplan ontwikkeld om een veranderingsproces op gang te brengen.
De oplossingsgerichte therapie ziet echter niets in deze aanpak en slaat een uitputtende probleemanalyse doelbewust over. Volgens deze therapie is het niet nodig precies te weten hoe de problemen ontstaan zijn, maar moet de cliënt zich vanaf het begin concentreren op de nu nog fictieve situatie waarin zijn problemen zijn opgelost: hoe ziet het leven er dan uit, wat zijn de kenmerken, wat denk je dan, hoe voel je je, wat doe je dan? En heb je in het verleden wel eens een situatie meegemaakt die er een beetje op leek? Wat gebeurde er dan, hoe ontstond die situatie, wat deed je zelf? Uitgangspunt is dat de cliënt op deze manier geprikkeld wordt zich concreet en gedetailleerd voor te stellen hoe het ook anders, beter kan, en dat hij aangesproken wordt op zijn eigen oplossingsvaardigheden om de gewenste situatie te bereiken. Daarvoor is een inzicht in zijn problemen niet per se noodzakelijk. Ook is het praten over oplossingen prettig en goed voor het moreel, het verhoogt de gemotiveerdheid om iets te doen.
 

 

 

De therapie is toekomstgericht; de cliënt bedenkt zelf wat de gewenste veranderingen zijn en crëeert daarmee voor zichzelf in zijn beleving een realiteit die binnen zijn mogelijkheden ligt. Belangrijk is dat hij ervaart dat het veranderingen in zijn eigen houding en gedrag zijn die zijn eigen situatie kunnen verbeteren.
De therapeut concentreert zich op het op gang houden van oplossingsgerichte conversatie: hij benadrukt de competentie, vraagt naar specifieke voorbeelden van situaties waarin de cliënt zonder klachten was en naar specifieke gedragingen die daartoe bijdroegen en negeert uitweidingen over het probleem zelf, verwijten aan anderen of oplossingen die buiten de cliënt liggen. De therapeut helpt de cliënt ook realistische doelen te stellen en te focussen op een doel tegelijk.

Ontstaan
De therapie leent haar basisconcept aan het constructionisme, dat stelt dat er geen absolute waarheid bestaat die wij kunnen leren kennen, maar dat wij zelf onze wereld construeren. In de woorden van filosoof en therapeut Paul Watzlawick: Reality is invented, not discovered. Onze sociale realiteit is geen objectief gegeven; zij wordt gevormd doordat wij er over praten, door de betekenis die wij er aan geven. De taal creëert dus de werkelijkheid, en in gesprekstherapie zijn het de therapeut en de cliënt die in een dialoog samen de situatie van de cliënt bepalen.
 

  De therapeut stelt zich niet op als expert; alleen de cliënt kan zijn werkelijkheid vormgeven, maar de therapeut kan daar bij behulpzaam zijn door het gesprek in een bepaalde richting te sturen. De oplossingsgerichte therapie ontstond in de jaren tachtig van de vorige eeuw in de VS. Socioloog Steve de Shazer, geboeid geraakt door de hypnotherapie van Milton Erickson werd psychotherapeut en ging op zoek naar interventies die in zo weinig mogelijk tijd zoveel mogelijk effect hadden. Hij ontwikkelde de oplossingsgerichte benadering het eerst binnen de gezinstherapie, met o.a. Kim Insoo Berg, van het Brief Family Therapy Centre in Milwaukee (U.S.A.) de benadering wordt nu ook toegepast in individuele therapie, counseling en groepstherapie.  


Bron

Zie www.nikto.nl Uit: Therapiewijzer
Theorie en praktijk van 21 psychotherapieën
Psychologie magazine
Maja Vervoort & Monique Weiland